Goedemorgen lieve JijBuis-kindertjes,
Zoals veel van mijn vrienden en fanatieke volgers weten heb ik een hele gekke hobby. Ja, een hele gekke hobby. Nee, ik verzamel geen postzegels, bouw geen doktersloze ziekenhuisjes van koeienschijt in donker Afrika, verzamel geen bierflesdopjes van Tsjechische biermerken en ik beschilder geen tuinkabouters. Mijn hobby is echt heel gek. Ik vind het namelijk onwijs leuk om het leven van oninteressante mensen uit te peuzelen. Het zal wel een stukje journalistieke nieuwsgierigheid zijn, of een stukje pathologische mini-psychologie. Ik kan er simpelweg enorm van genieten om het leven van een compleet onbekend 15-jarig emo-meisje uit Almere-Oost op hyves na te trekken. Of van Frans-Floris, een kakker uit Groningen die al 7 jaar over zijn studie bedrijfskunde doet en het grote publiek op YouTube bekend maakt met het begrip ‘atten’. Of een vrouw van zestig met compenserende rode lippenstift die na haar keramiek- en creatieve breiperiode over stapte op het schrijven van de familiegeschiedenis. Ze is nu bezig met het op schrift stellen van het leven van tante Ko. Die vrouw die haar lieftallige man verloor toen hij in zijn zwarte uniform in 1941 richting Leningrad marcheerde.
Verschenen in de Streeknieuws van 1 september 2010
Onze jongste freelancer Adriaan Duiveman kreeg te horen dat hij vooral van zijn schooltijd moest genieten. Dat vertelde Willem de Jonge toen Adriaan hem interviewde over de reünie die De Jonge organiseert voor zijn oude MAVO (zie bladzijde ….). Maar of Adriaan er nu zo van geniet? Hij zit nu zuchtend en steunend zijn boeken te kaften. Adriaan: “Ik moet nog dertig boeken kaften. Dan ga je toch over na denken over een emigratie naar Nepal of Mongolië. Iets in die richting. Mongolië lijkt me best een leuk land. Ga ik in zo’n yurt (nomadentent, red.) een beetje yakmelk drinken. Beetje met mijn paardje over de eindeloze toendra’s galopperen. Lijkt me best grappig.”
Maar zo’n reis naar Mongolië, is dat nou alles? “Zul je zien, kom ik daar aan en bouw ik mijn canvas nomadententje op, komt er zo’n man met een halve meter hoge bondmuts naar me toe. De absentiecontroleur. Dat ik heel snel naar het klasje van de dorpssjamaan moet. En ja, dan kun je je niet verstoppen tussen de kluisjes voor die enge absentieman. Weg rijden op mijn shetlandpony heeft ook niet zo veel zin. Die gozer heeft vast zo’n grote Arabische volbloed met veel meer PK’s. En met een toendra-turbo-versnelling op nitro (lachgas, red.). Als hij die dan aan zet hinnikt zijn paard drie octaven hoger. Dat is tegelijkertijd zijn sirene. Handig hoor.”
Internationaal festival voor 8mm-films zesde keer in Kampen
Verschenen in de Streeknieuws van 1 september 2010
De kleurige sierverlichting verlicht de onderkant van de grote bomen. In oude olievaten branden blokken hout. De projector begint te ratelen. Op het witte doek een paar flitsen. In het lichte vierkant verschijnt een bos. Twee laarzen lopen door dat bos. Ondertussen bosgeluiden. Close-ups op boomschors, afgezaagde boomstronken en konijnenkeutels. Er lopen haartjes door het beeld. Het beeld wordt even onscherp. De laarzen lopen verder over het scherm. In een koeienvlaai. Door een plas. Van het scherm.
De kleuren zijn eigenlijk te fel. Helder is het beeld niet. Net alsof de lens beslagen is geweest. Zestien beeldjes per seconde van een filmstrip die acht millimeters breed is. Veel mensen hebben deze acht-millimeterfilmpjes nog op zolder liggen. Voor de DVD’s, SD-kaartjes en videobanden waren zij er. Je kunt er eigenlijk niets mee en de beeldkwaliteit is ronduit knullig. Maar juist daarom zijn er nog veel mensen die 8mm-films schieten. Voor hen was er 21 augustus het internationale 8mm-festival bij ’t Ukien. Een festival voor sentimentele senioren? Nee, alle inzenders van de filmpjes die mee deden aan de competitie waren onder de veertig. Waarom?
Zijn nagel tikte tegen het glas. Drie korte keren.
Geen reactie.
Weer drie tikken tegen de ruit. Nu harder en sneller.
De jongen houdt zijn hoofd even schuin.
Vanuit de waterbak maakt de slang een korte beweging met zijn kop. Verveeld en gestoord. Een zelfde beweging maakte ik altijd als mijn moeder begon over mijn rommelige kamer terwijl ik de Donald Duck aan het lezen was.
Nou moet ik bekennen, ik ben geen meester in het herkennen van de lichaamstaal van pootloze reptielen. Toch kan ik me niet voorstellen dat de slang nou dolenthousiast wordt van de verveelde blik van het jongentje met zijn bolle sproetjeswangen en door de motten aangevreten Ferrari-rode Formule 1 pet. De scene doet me denken aan Harry Potter. Als Harry’s verwende neefje Dirk jarig is en ze naar de dierentuin gaan. En dat Dirk dan in het terrarium van een gigantische boa flikkert. Ik zou deze slang, net als Harry, ook zo graag in sisseltong een hart onder zijn slangenleren riem willen steken.
Het jongentje slaakt een zucht, zet met een tikje zijn pet iets omhoog en sloft weer verder naar de krokodillen. De slang kijkt me een aan, steekt zijn tong even uit en duikt weer in zijn waterbakje. Boven het terrarium hangt een bordje. “Taipan.” Op het glas hangt een vergeeld krantenartikeltje uit een plaatselijke krant. Betreffende het heugelijke feit van de nieuwste aanwinst van de reptielenzoo in 2008. Uniek in Europa. Taipan, de dodelijkste gifslang ter wereld.





